Avans Breda

De snelweg naar Den Bosch werd steeds drukker, dus besloot ik een nieuwe uitdaging te zoeken. Dat leidde me naar een docentschap werktuigbouwkunde aan de HTS in Breda, Hogeschool Brabant, nu Avans Breda. Ik gaf er colleges en practica, begeleidde stages en hielp studenten met hun afstudeerprojecten. Het was even aanpoten om de theorie weer helemaal onder de knie te krijgen, wat heel wat studie-uren vergde.

Wat me in Breda opnieuw opviel, was iets wat ik ook in ’s Hertogenbosch al had gezien. De eerstejaars studenten begonnen hun studie vol enthousiasme: ze kwamen op tijd, met tassen vol boeken, en waren vol verwachting over hun HBO-opleiding die hun toekomstige werk zou bepalen. Maar na een week of vier, vijf zakte dat enthousiasme weg. Ze kwamen minder op tijd en de tassen werden leger. Dit gedrag bleef me bezighouden. Waarom leidde het aangeboden onderwijs tot deze afnemende motivatie?

Leuk, Uitdagend en Spannend: De ‘LUS-factor’

Regelmatig kwam een artikel in mijn gedachten dat ik jaren eerder had gelezen. Het ging over de motieven van sollicitanten om een baan wel of niet aan te nemen. Drie criteria waren voor hen doorslaggevend: “Wat voor soort werk ik ga doen maakt niet uit, als het maar: leuk, uitdagend en spannend is. Als ik die aspecten niet herken, dan neem ik de baan niet aan.”

Ik was hier verbaasd én niet verbaasd over. Verbaasd omdat het voor mij vanzelfsprekend was dat je werk leuk en uitdagend moest zijn; niet verbaasd over de essentie van hun motivatie. De vraag die opkwam was: waarom richten we ons onderwijs niet zo in? Zelf had ik in het bedrijfsleven, en nu ook in het onderwijs, altijd plezier gehad in mijn werk. Ik zocht – en vond – nieuwe uitdagingen, en moest mijn denkwerk volop inzetten om goede resultaten te behalen.

Maar hoe creëer je nu zulk leuk, uitdagend en spannend onderwijs? Ik noem dit de LUS-factor. Als deze elementen de wil van de studenten in beweging zetten, dan ontstaat er pas échte kennis. Ik was er inmiddels van overtuigd: kennis kan niet zomaar worden ‘overgedragen’. Kennis zit in de hoofden en handelingen van mensen. Je kunt het alleen eigen maken als je het zelf wilt, als je ervoor openstaat. Door te studeren, door de benodigde handelingen zelf te verrichten, ervaar je het onbekende en ontstaat er nieuwe kennis.

Filosofische Fundamenten voor Leren


Door een regeling in de CAO kon ik minder gaan werken, met behoud van pensioen. De vrijgekomen tijd vulde ik met het lezen van filosofische werken, en ik raakte al snel geboeid.

Ik las bijvoorbeeld Cor Schavemaker en Harry Willemsen over de moraal van de mens, waarin Aristoteles op pagina 34 zegt: “Van al wat ons van nature gewordt, krijgen we eerst het vermogen en dit brengen we later tot activiteit… Maar de deugden verkrijgen we eerst door ze te beoefenen, zoals dit het geval is bij alle kunsten. Want wat we moeten leren doen, leren we al doende: zo worden we een bouwmeester door te bouwen, en een citerspeler door op de citer te spelen.”

Vervolgens las ik in ’25 eeuwen westerse filosofie’ van Jan Bor een citaat van Immanuel Kant uit zijn ‘Kritiek van de zuivere rede’ (pagina 308): “Dat al onze kennis met de ervaring begint, daaraan bestaat in het geheel geen twijfel.”

Ook kwam Arthur Schopenhauer ter sprake in zijn ‘Die Welt als Wille und Vorstellung’ (pagina 339), waar hij schrijft: “…datgene wat wij in onszelf als wil aantreffen, een wil waarvan wij de onmiddellijkste, intiemste kennis bezitten die maar mogelijk is… En dat dus niet, zoals men tot nu toe zonder uitzondering veronderstelde, wil door kennis bepaald is, maar juist kennis door wil.”

Zouden deze inzichten bekend zijn bij onderwijskundigen, docenten en leraren? Ik betwijfel het! Ik was er destijds enorm door getroffen en kwam tot de volgende gedachte: we zouden onderwijs moeten geven dat studenten motiveert, waarbij motieven bij hen worden opgewekt, zodat ze vol enthousiasme gaan studeren. Daardoor wordt hun wil in beweging gezet, waardoor kennis daadwerkelijk wordt opgedaan. En daarbij moet het geleerde ook echt ervaren worden, want: wat we moeten leren doen, leren we al doende.

Dit is nogal een uitspraak! Het is heel anders dan grote hoorcolleges en een paar practica waarbij de student zelf maar moet uitzoeken hoe alles past. Maar hoe zou zoiets dan kunnen?

Deze gedachten bleven mijn denken beheersen, gericht op de studenten en het onderwijs in de propedeuse. Hierdoor begonnen twee nieuwe wegen zich voor mij te openen. Het onderwijs moest de gedachten van deze filosofen in zich dragen, en daaruit ontstond het concept van het ‘Kenniswiel’.

Het Kenniswiel: Motivatie als Motor van Kennis

Kennis opdoen kun je zien als een doorlopend proces, een ‘wordingsgang’. Dit proces moet in gang gezet worden, regelmatig worden beoordeeld, en indien nodig worden bijgesteld om het gewenste resultaat te behalen. Zoals ik het heb ontwikkeld, wordt het kennisproces, gebaseerd op de eerder genoemde filosofische ideeën, in gang gezet door motieven.

Motivatie is afhankelijk van de persoon en ieder leert gedurende zijn leven wat hem of haar motiveert. Maar de kern blijft: motivatie ontstaat door dat wat je Leuk, Uitdagend en Spannend vindt.